Voelbaar verbinden

Abstract: Op zoek naar zingeving, maatschappelijke status en economische groei consumeren mensen de afgelopen decennia veel meer dan de aarde gelijktijdig kan reproduceren. We denken ons gelukkig te kunnen kopen, maar lijken fysiek en emotioneel steeds verder van onze natuurlijke omgeving verwijderd te raken. Door de verbindende kracht van ambachtelijke maakprocessen naast de potentie van digitalisering en virtualisering te beschouwen, verkent Suzanne Dikker in dit essay manieren waarop we ons opnieuw kunnen verbinden met onze omgeving.

Keywords: overconsumption, digitalisation, climate crisis, making, fashion


Juist wanneer ik mijn laptop open om te beginnen met schrijven, ontvang ik een notificatie van Co-Star op mijn telefoon. Een aantal maanden geleden gaf ik deze app toestemming om dagelijks een ‘hypergepersonaliseerd’ levensinzicht op mijn startscherm te laten verschijnen. Vaak licht het algoritmisch gegenereerde bericht, dat gegevens van NASA en methoden van professionele astrologen combineert, een cryptisch tipje van de sluier op over wat de sterren die dag voor mij in petto hebben. Vandaag luidt de enigszins verontrustende boodschap: ‘Life isn’t like a box of chocolates; there aren’t any hidden layers when you’ve finished the rest.’1

In mijn gedachten gaan de profetische woorden van Co-Star een verbinding aan met Earth Overshoot Day, een begrip waaraan Bruno Latour refereert in zijn boek Het parlement van de dingen.2 Deze dag markeert jaarlijks het moment waarop de vraag van de mensheid naar ecologische hulpbronnen en diensten groter is dan wat de aarde in datzelfde jaar kan regenereren. Tot ongeveer vijftig jaar geleden kon de natuur zichzelf nog tijdig herstellen om de menselijke consumptie te compenseren, maar vanaf het begin van de jaren zeventig verschoof de datum waarop mensen hun natuurlijke kapitaal voor het betreffende jaar hadden verbruikt steeds verder naar voren. In 2021 zorgde de wereldwijde consumptie ervoor dat we al op 29 juli schulden begonnen te maken aan de aarde.3

Volgens Latour is dit een van de redenen waarom we ons als burgers in toenemende mate ontheemd voelen van het land dat we bewonen. We hebben een materiële aarde onder onze voeten, maar kunnen hier niet langer een thuis in herkennen.4 De afgelopen decennia is de houding van mensen ten opzichte van de natuur drastisch veranderd. Waar we vroeger vol bewondering naar de overweldigende krachten van de natuur konden kijken, zijn we ons er vandaag de dag pijnlijk van bewust dat wij de macht over de natuur hebben overgenomen en dat de natuurrampen die ons treffen vaak direct of minder direct door onszelf zijn veroorzaakt. Denk bijvoorbeeld aan de olieramp in de Golf van Mexico in 2010, of aan de gasboringen in Groningen, waar nu duizenden huizen door aardbevingen vol scheuren zitten. We zien de gevolgen van onze acties met lede ogen aan, en zijn vervreemd geraakt van de wereld die ons eeuwenlang vertrouwd was.

In een aflevering van Tegenlicht legt socioloog Hans Schnitzler uit dat digitalisering, en met name het internet, een belangrijke oorzaak is van het probleem.5 Het is niet moeilijk om waarheid te herkennen in wat Schnitzler zegt: het gemak waarmee we zo ongeveer alles wat we op een zeker moment begeren kunnen bestellen op internet, beïnvloedt ongetwijfeld ons besef van wat ervoor nodig is om deze stoffelijke verlangens bij ons thuis te laten bezorgen. Je klikt een paar keer, en miraculeus genoeg is wat je bestelde de volgende dag in huis. In die zin zorgt ons scherm er inderdaad voor dat we vervreemd raken van de realiteit, van de werkelijkheid die zich buiten onze zogenoemde comfortzone afspeelt. Begrip van hoe iets wordt gemaakt is voor een groot deel uit onze levens verdwenen, en hetzelfde geldt voor de waardering van de grondstoffen, menskracht, tijd en kennis die bij een productieproces horen.

Een voorbeeld hiervan, dat mij vanuit mijn praktijk als kleding- en textielontwerper grote zorgen baart, is de manier waarop de mode-industrie zich momenteel manifesteert. De mallemolen die fast fashion heet draait tegen beter weten in al jaren op volle toeren, met alle gevolgen van dien. Er wordt roofbouw gepleegd op landbouwgronden, vrouwen en kinderen worden uitgebuit voor goedkope arbeid, dieren worden onethisch gefokt voor hun vacht of veren, bestrijdingsmiddelen bedreigen de toch al afnemende biodiversiteit, synthetische verven vergiftigen het drinkwater, wereldwijde transporten vervuilen de lucht die we inademen, en de lijst gaat door. Maar eenmaal keurig opgehangen in het (digitale) rek van klinisch gestylede (web)winkels, herinnert niets hier nog aan, en dus consumeren we vrolijk door.

Een ander perspectief

Niemand hoeft meer uit te leggen dat, als we ons leven op aarde een warm hart toedragen, we ons gedrag moeten veranderen. Om de balans tussen mens en milieu te herstellen moeten we volgens Hans Schnitzler digitaal detoxen.6 Daarmee bedoelt hij dat we onze telefoon wat vaker aan de kant moeten leggen om opnieuw de verbinding met onze omgeving aan te gaan. Ik ben het met hem eens: het ervaren van de tastbare realiteit maakt ons waarschijnlijk het meest bewust van onze aanwezigheid erin. Dit neemt echter niet weg dat digitale technieken ons wellicht ook kunnen helpen ons weer thuis te voelen in de wereld.

Als ontwerper met liefde voor traditionele en ambachtelijke technieken hecht ik veel belang aan fysiek ervaren, maar geloof ik ook sterk in de verbindende kracht van maken. De synergie die bij sensorische maakprocessen tussen lichaam en materiaal ontstaat, maakt ons bewust van de context van de dingen waarmee we werken en leven. Zo is ook antropoloog Tim Ingold ervan overtuigd dat we simpelweg door te bestaan, deelnemen aan het voortdurende vormingsproces van de wereld. Volgens Ingold zijn we verwikkeld in een constante dialoog tussen ons zintuiglijk bewustzijn en de materialen waarmee we ons omgeven, als twee lijnen die parallel aan elkaar voortbewegen in de tijd en voortdurend met elkaar corresponderen.7 Ik zou hieraan willen toevoegen dat maken deze verbinding concreet maakt; het geeft gestalte aan momenten van uitwisseling tussen lichaam en materie. Door te voelen, te kijken, te luisteren en te ruiken; door onze aandacht te richten en te reageren op wat het materiaal teruggeeft, brengen we onze innerlijke wereld fysiek in dialoog met onze omgeving. In mijn dagelijkse praktijk van het vilten, weven en kleuren van textiele vezels, is dit wat mij drijft, voedt en inspireert om de kennis van deze processen te delen.

Maar toch knaagt er iets. Is het nog wel echt nodig om nieuwe gebruiksvoorwerpen te blijven maken? En moeten we dan alles zelf maken, of mogen we ook nog dingen kopen? Bestaat er bijvoorbeeld al niet genoeg kleding om de wereldbevolking de komende tijd mee te kunnen kleden? Kortom: is fysiek maken en ervaren de enige manier om te verbinden met de omgeving, of biedt de huidige tijd ook andere mogelijkheden?

Om afstand te nemen van gebaande paden en ingeklonken gedachtegangen, zoals de romantiek van het ambacht en het idee dat dingen vroeger beter waren, is het interessant om het hedendaagse maakspectrum wat breder uit te lichten. Ik wend mij hiervoor tot het begrip waar ik direct aan denk wanneer ik mij het uiterste alternatief voor handgemaakte kleding voorstel, namelijk: virtuele mode.

Op internationale platformen als DRESSX, DIGITALAX, XR Couture en The Dematerialised kunnen mensen kleding kopen die digitaal gemaakt, digitaal ontworpen én digitaal gepresenteerd is, en die bovendien uitsluitend in het digitale domein gedragen kan worden. Augmentedrealitytechnieken maken het mogelijk de kledingstukken voorafgaand online uit te proberen. Afhankelijk van het ontwerp dat iemand kiest, wordt het na aankoop in een foto verwerkt of in een virtualrealityomgeving aangeboden. De virtuele modepioniers haken in op een samenleving die zich meer en meer online afspeelt, waarin het geen uitzondering is dat kleding wordt aangeschaft voor het maken en posten van één foto, en vervolgens teruggestuurd, weggegooid of opnieuw te koop aangeboden wordt.

Omdat DRESSX naar eigen zeggen ‘the largest metafashion retailer’ van dit moment is, duik ik verder de app en de website van het platform in. Gaandeweg kom ik erachter dat de visie van de oprichters helemaal niet zoveel verschilt van die van mij. Sterker nog, zij hebben zichzelf vergelijkbare vragen gesteld, en formuleerden hier vervolgens de volgende antwoorden op: ‘We strongly believe that the amount of clothing produced today is way greater than humanity needs. We share the beauty and excitement that physical fashion creates, but we believe that there are ways to produce less, to produce more sustainably, and not to produce at all. At a current stage of DRESSX development, we aim to show that some clothes can exist only in their digital versions. Don’t shop less, shop digital fashion.’8

Niet onterecht ziet DRESSX digitale mode als oplossing voor overproductie en -consumptie. Digitaal consumeren dringt het kopen en daarmee de productie en het transport van fast fashion terug, wat uiteindelijk tot minder verspilling en vervuiling leidt.

Fysiek versus digitaal

Fysieke en digitale maakprocessen lijken zich op het eerste gezicht als water en vuur tot elkaar te verhouden. Wanneer je beide processen van dichtbij bekijkt, kom je echter meer overeenkomsten dan tegenstellingen tegen. Richard Sennett maakt in De ambachtsman een mooie vergelijking tussen een pottenbakker en een programmeur van opensourcesoftware. Hij stelt dat de kern van het werk van beide zit in het constante leerproces van het oplossen en het vinden van problemen.9

Wat de processen van elkaar onderscheidt zijn de materialen en de gereedschappen die ervoor gebruikt worden. Daar waar bij fysieke maakprocessen het lichaam en het te verwerken materiaal vaak direct met elkaar in contact zijn (al dan niet met gebruik van een gereedschap als verlengstuk van het lichaam, en met materiaal dat over de meest uiteenlopende eigenschappen beschikt), vinden alle digitale maakprocessen met behulp van dezelfde computer plaats. We besturen deze computer met onze handen, maar raken de digitale materie niet aan.

In theorie kunnen we digitale maakprocessen als ambachtsvormen beschouwen, maar dit betekent niet per definitie dat ze lichaam, materiaal en omgeving met elkaar verbinden.

Statements zoals dat van DRESSX suggereren dat virtuele technologieën mogelijkheden bieden voor het ontwerpen en gebruiken van kleding waar de fysieke wereld niet aan kan tippen. Op ecologisch vlak, maar ook praktisch, bijvoorbeeld met betrekking tot de pasvorm. Daar waar confectiemerken gebruikmaken van gestandaardiseerde maatvoering die zo gemiddeld is dat de kleding in de realiteit maar weinig mensen echt goed past, projecteert de slimme software achter virtuele kleding het ontwerp precies op het lichaam van elke individuele gebruiker. Zo past virtuele kleding elk lichaam als traditioneel maatwerk. Ook kan het digitaal ‘passen’ miskopen voorkomen, waardoor het aantal geretourneerde stukken, die momenteel vaak direct in de uitverkoophoek terechtkomen of afgekeurd worden, zal afnemen. Daarnaast kunnen in het digitale domein ideeën en materialen tot stand komen waar de fysieke realiteit ver bij achterblijft. Magische effecten als een eeuwig gloeiende zoom in een blouse, onbreekbare glazen sneakers of een van wolken gemaakte parka, prikkelen de creativiteit van ontwerpers en stimuleren zelfexpressie bij de consument.

Ondanks dat virtuele kleding een veelbelovend alternatief voor de huidige mode-industrie lijkt aan te reiken, mogen de schaduwzijden ervan niet over het hoofd gezien worden. Deze betreffen verschillende gebieden. Een van de zorgwekkendste is dat virtueel consumeren geen verandering van gedrag of mentaliteit teweegbrengt. Integendeel, het voedt het verlangen naar noviteit juist meer, waardoor de verbinding met het al aanwezige verder afneemt. Ook kunnen alleen mensen die zich de benodigde apparatuur kunnen veroorloven deelnemen aan deze ontwikkeling, wat sociale ongelijkheid vergroot. Bovendien is de hoeveelheid energie die nodig is om dataopslagcentrales draaiende te houden buitenproportioneel. Tot slot vermoed ik dat digitale materialen ons, door gebrek aan tactiele prikkels, alleen maar verder van onze omgeving vervreemden. Of schiet mijn verbeelding hier tekort, en kan virtueel consumeren wél een zintuiglijke ervaring zijn? Een die een vertrouwd gevoel opwekt en ons, opnieuw, of op een nieuwe manier, met materialen in contact brengt?

Het nog jonge fenomeen autonomous sensory meridian response (ASMR) belooft een mooie ingang voor het vinden van antwoorden te zijn. Het vertegenwoordigt een perceptuele staat waarin specifieke visuele en auditieve prikkels tintelingen veroorzaken op de hoofdhuid en nek, die soms doortrekken naar rug en ledematen. Deze prikkels zijn vaak sociaal, bijna intiem van aard (bijvoorbeeld fluisteren, of kijken naar iemand die het haar borstelt) en wekken in veel gevallen een kalme en positieve emotionele toestand op.10 Er is nog weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het effect van dergelijke prikkels op de hersenen, maar eerste studies brengen naar voren dat er bij prikkeling connectiviteit tussen verschillende delen van de hersenen ontstaat. Het betreft een vermenging van meerdere ‘rusttoestandnetwerken’. Deze functionele connectiviteit beïnvloedt waarschijnlijk de unieke sensorisch-emotionele ervaringen die geassocieerd worden met ASMR.

Hoewel het fenomeen zijn oorsprong in de tastbare wereld vindt, heeft het de afgelopen jaren terrein gewonnen op internet. Video’s waarin een persoon dicht bij een microfoon een stukje watermeloen eet en zo nu en dan zachtjes met roodgelakte nagels op de plastic verpakking ervan tikt, zoals die van FrivolousFox ASMR,11 trekken honderdduizenden kijkers op YouTube.

Wanneer ik naar de reacties onder de video kijk, maakt mijn hart een klein sprongetje. Een bericht van HerRoyalPugness luidt: ‘Anyone else find that since being introduced to ASMR, they take time to appreciate really random things in every day life? Like i will randomly tap on things or crunch things and for just like 2 seconds by like that was such a nice sound. Wow. And before ASMR, I never even paused to appreciate little things in life like that.’12 De via de computer waargenomen visuele en auditieve prikkels en bijbehorende emotionele ervaring wakkeren een hernieuwde interesse in de fysieke wereld aan én hebben een positieve invloed op het gemoed.

Ook al ben ik me ervan bewust dat het geciteerde bericht van HerRoyalPugness slechts een enkele beleving van ASMR vertegenwoordigt, zou ik op basis hiervan twee dingen willen opmerken die in het kader van fysieke en materiële verbinding de moeite waard zijn. Eén ervan is dat de toeschouwer zich waarschijnlijk de zoete smaak van watermeloen en het krakende geluid van plastic, en het al dan niet prettige gevoel dat dit oproept, kan voorstellen omdat deze daar eerder fysiek mee in aanraking is geweest. Zo geredeneerd stelt de aanwezigheid van een tastbaar ‘bronmateriaal’ ons in staat digitaal te consumeren. We kunnen ons inleven in wat we op het scherm zien, omdat we het herkennen. Het tweede, dat eveneens hoopvol stemt, is dat je uit de reactie op de video zou kunnen opmaken dat het effect ervan de ervaring van fysieke prikkeling van de zintuigen kan vervangen. Misschien kan het fijne gevoel dat we uit de tastbare realiteit kennen, dus ook virtueel opgewekt worden. En is het zodoende mogelijk om ons, eenvoudigweg kijkend en luisterend naar onze computer, lichamelijk met de wereld verbonden te voelen.

De balans opmaken

Om ons consumptiegedrag weer in evenwicht te brengen met het ritme van de natuur, en zo het regeneratieve vermogen van de aarde te herstellen, is het onze urgente taak, als mensen, als onderdeel van de aarde, om te onderzoeken hoe wij ons op een duurzame manier tot de wereld kunnen verhouden, opdat we ons er opnieuw in thuis voelen en er beter voor gaan zorgen. In deze tekst heb ik op vrij associërende wijze geprobeerd te denken over de verbindende potentie van materiële, sensorische maakprocessen en de mogelijke rol van digitale technologieën in dit verband.

Wat ik ben tegengekomen laat zien dat er geen eenduidige remedie voor ons overmatig consumeren bestaat. Wel lijken bewustzijn van tijd, effectiviteit en zintuiglijkheid belangrijke gemeenschappelijke pijlers in de zoektocht naar oplossingen te vormen. Daarnaast blijkt de materie waarmee we ons omgeven een blijvende vitale bron voor het verbinden met onze leefwereld te zijn. Ik voel mij hierdoor gesterkt in mijn persoonlijke en artistieke visie én in mijn ambachtelijke manier van werken. Als kleding- en textielontwerper, en misschien nog wel meer als kunsteducator, wil ik de rijkdom vasthouden die ik in maakprocessen vind, en deze als voelbare boodschap van verbinding conserveren, uitdragen en met anderen delen.


Editorial MKE

Tijdens unit 2 van de master Kunsteducatie doen studenten onderzoek naar hun eigen identiteit als artist educator binnen het dynamische en hybride terrein van kunst- en cultuuronderwijs. Zij worden uitgenodigd om hun eigen artistiek-educatieve praktijk te contextualiseren en te positioneren. Als product van unit 2 leveren de studenten een artistiek werk, een logboek, een presentatie, maar ook een essay van tweeduizend woorden. Een selectie van deze essays publiceren we op APRIA.

///

During unit 2 of the Master of Arts Education, students conduct research into their own identity as artist educators within the dynamic and hybrid field of art and cultural education. They are invited to contextualize and position their own artistic-educational practice. As a product of unit 2, the students deliver an artistic work, a logbook, a presentation, but also an essay of two thousand words. We will publish a selection of these essays on APRIA.

MKE-redactie / editors: Astrid Rass, Manèl de Ruiter and Elsbeth Veldpape.

Suzanne Dikker

Suzanne Dikker (www.suzannedikker.com) is kleding- en textielontwerper, kunsteducator en cultureel projectleider. Ze is gespecialiseerd in ambachtelijke technieken, waaronder weven, vilten en plantaardig verven van stoffen. De afgelopen jaren werd haar werk getoond in Museum Boijmans Van Beuningen, Het Nieuwe Instituut en De Wasserij. Dikkers missie binnen de master Kunsteducatie is om haar passie voor sensorische maakprocessen met anderen te delen en zo het collectief zintuiglijk en ecologisch bewustzijn te stimuleren.

Bibliography

Bibliografie

  • Co-star Astrology Society, Co-Star (Versie 3.58), mobiele applicatiesoftware, 2017, geraadpleegd op 26 januari 2022, van https://apps.apple.com/nl/app/co-star-personalized-astrology/id1264782561
  • Duong, Roland (Regisseur), & Arnout Arens (Research), Digitale detox (Seizoen 2021-2022, aflevering 12), aflevering televisieserie, in: Jeroen Beumer (Producent), Tegenlicht, VPRO, 24 januari 2022
  • DRESSX, DRESSX VISION, z.d., geraadpleegd op 23 januari 2022, van https://dressx.com/pages/about
  • Earth Overshoot Day, PAST EARTH OVERSHOOT DAYS, z.d., geraadpleegd op 3 februari 2022, van https://www.overshootday.org/newsroom/past-earth-overshoot-days/
  • FrivolousFox ASMR, Crispy Watermelon ASMR ~ Amazing 😛 Sounds, video, YouTube, 17 oktober 2019, geraadpleegd op 13 februari 2022, van https://youtu.be/hRnXnWjOM7s
  • HerRoyalPugness, Re: Crispy Watermelon ASMR ~ Amazing 😛 Sounds, video, YouTube, 2020, geraadpleegd op 13 februari 2022, van https://www.youtube.com/watch?v=hRnXnWjOM7s&lc=UgyKXyN7-woVp-TsSEh4AaABAg
  • Ingold, Tim, Making. Anthropology, archaeology, art and architecture, Abingdon: Routledge, 2013
  • Latour, Bruno, Het parlement van de dingen. Over Gaia en de representatie van niet-mensen, vertaald door Willem Visser, Amsterdam: Boom uitgevers, 2020
  • Sennett, Richard, De ambachtsman. De mens als maker (15e druk) [The Craftsman], vertaald door W. van Paassen, Amsterdam: Meulenhoff Boekerij bv, 2008
  • Smith, Stephen, Beverley Fredborg, & Jennifer Kornelsen, ‘An examination of the default mode network in individuals with autonomous sensory meridian response (ASMR)’, Social Neuroscience, 12 (2017), nr. 4, pp. 361-365
References
↑ 1

Co-star Astrology Society, Co-Star (Versie 3.58), mobiele applicatiesoftware, 2017, geraadpleegd op 26 januari 2022, van https://apps.apple.com/nl/app/co-star-personalized-astrology/id1264782561

↑ 2

Bruno Latour, Het parlement van de dingen. Over Gaia en de representatie van niet-mensen, vert. Willem Visser, Amsterdam: Boom uitgevers, 2020.

↑ 3

Earth Overshoot Day, PAST EARTH OVERSHOOT DAYS, z.d., geraadpleegd op 3 februari 2022, van https://www.overshootday.org/newsroom/past-earth-overshoot-days/

↑ 4

Latour, Het parlement van de dingen, 2020.

↑ 5

Roland Duong (Regisseur) & Arnout Arens (Research), Digitale detox (Seizoen 2021-2022, aflevering 12), aflevering televisieserie, in: Jeroen Beumer (Producent), Tegenlicht, VPRO, 24 januari 2022.

↑ 6

Duong en Arens, Tegenlicht, 2022.

↑ 7

Tim Ingold, Making. Anthropology, archaeology, art and architecture, Abingdon: Routledge, 2013.

↑ 8

DressX, DRESSX VISION, z.d., geraadpleegd op 23 januari 2022, van https://dressx.com/pages/about

↑ 9

Richard Sennett, De ambachtsman. De mens als maker (15e druk) [The Craftsman], vert. W. van Paassen, Amsterdam: Meulenhoff Boekerij bv, 2008.

↑ 10

Stephen Smith, Beverley Fredborg & Jennifer Kornelsen, ‘An examination of the default mode network in individuals with autonomous sensory meridian response (ASMR)’, Social Neuroscience, 12 (2017), nr. 4, pp. 361-365.

↑ 11

FrivolousFox ASMR, Crispy Watermelon ASMR ~ Amazing 😛 Sounds, video, YouTube, 17 oktober 2019, geraadpleegd op 13 februari 2022, van https://youtu.be/hRnXnWjOM7s

↑ 12

HerRoyalPugness, Re: Crispy Watermelon ASMR ~ Amazing 😛 Sounds, video, YouTube, 2020, geraadpleegd op 13 februari 2022, van https://www.youtube.com/watch?v=hRnXnWjOM7s&lc=UgyKXyN7-woVp-TsSEh4AaABAg